Belachelijk
Ongeveer vijftien jaar geleden besloot de overheid dat er aan de energieprestatie van nieuwe gebouwen eisen moesten worden gesteld. Niets zou gemakkelijker zijn geweest dan het opstellen van een bouwfysische berekening op basis waarvan de energiebehoefte van een te bouwen casco gemakkelijk kan worden vastgesteld. Natuurlijk op basis van de logische vooronderstelling dat gebouwd wordt conform de ontwerptekeningen.
Maar zo eenvoudig ging dat niet in Nederland. Er werd gekozen voor het opstellen van een norm, de Energie Prestatie Norm (EPN), op basis waarvan de Energie Prestatie Coxebfficixebnt (EPC) zou moeten worden berekend. Daarna zou de overheid een minimum waarde vast stellen die deze EPC zou moeten halen.
Dat lijkt onschuldig, maar er zijn onaangename, eigenlijk ongewenste consequenties aan verbonden. Normen worden opgesteld door een normalisatiecommissie en daar begint de ellende. Wie dacht dat een dergelijke commissie een onafhankelijke commissie van wijze mannen (en vrouwen) is moet uit de droom worden geholpen. Een ieder die meent een belang te hebben kan zich a raison van ongeveer tweeduizend euro per jaar een plaats in een dergelijke commissie kopen. En vanaf die verworven plaats kan geprobeerd worden het eigen product zo goed mogelijk in de ontwerp norm te krijgen. Dat gaat uiteraard gepaard aan hevige discussies, toepassing van trucs, kuiperijen en handjeklap. Ik ken inmiddels meerdere mensen die, totaal van hun illusies beroofd, niet meer aan het werk in een dergelijke commissie wilden deelnemen.
Het eerste resultaat was er dan ook naar. Op een merkwaardige wijze werden de eigenschappen van casco en installatie door elkaar gemengd tot een ondoorzichtige brei. Geen consequente werkwijze waarbij de energievraag door een zo goed mogelijk casco (de meest bepalende component met de langste levensduur) zo laag mogelijk werd gemaakt en daarna een passende installatie werd gekozen. Gekscherend en natuurlijk overdreven wordt door insiders wel eens gezegd: x93je kunt een gebouw maken van kippengaas en toch een lage EPC halen, als je er maar stadsverwarming in legtx94.
Het was dan ook niet verbazend dat door het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) kort na het bekend worden van de EPN een vernietigend rapport werd uitgebracht met de naam x93De Energie Prestatie Norm, geen indrukwekkende prestatiex94 (voor de volledigheid: ik was xe9xe9n van de auteurs). Dit rapport is op de website van ECN nog steeds te downloaden.
Maar EPN en EPC bleven gehandhaafd. De praktijk werd nog slechter doordat een ieder met mooi briefpapier voor de meest exotische oplossingen zogenaamde gelijkwaardigheidverklaringen kon afgeven die EPC voordeel gaven. Zo werd de voorspellende waarde van de opgegeven EPC voor het werkelijke energiegebruik van een gebouw nog geringer dan bij de invoering al kon worden voorzien.
Inmiddels nam het maatschappelijke gemor over het gehaspel met de EPC toe.
Er zou een nieuwe norm komen voor het voorspellen van de Energie Prestatie van Gebouwen (EPG). Daaraan wordt inmiddels hard gewerkt zodat voorspeld kan worden dat het iets wordt van x93oude wijn in opgepoetste zakkenx94. Van een fundamentele verbetering zal geen sprake zijn en de x93handjeklapcommissiex94 is al druk aan de gang. In feite is het een schande dat op een dergelijke wijze uiteindelijk bindend publiekrecht tot stand komt. En weer een verklaring voor het slechte presteren van Nederland op het gebied van duurzaamheid.
Inmiddels is vorig jaar augustus weer een belangwekkend ECN rapport verschenen:x94 Passiefhuis en EPN (ECN-Ex9709-504)x94. Dit rapport is opgesteld omdat er indicaties waren dat de EPC totaal foute getallen kan opleveren voor gebouwen die echt energiezuinig zijn.
Het slechte nieuws uit het rapport was dat de EPC inderdaad niet deugt als voorspeller van het energiegebruik van echt energiezuinige huizen. Maar de in Duitsland opgestelde PHPP methode doet daarentegen wel uiterst betrouwbare voorspellingen.
Daarmee is de cirkel weer rond. Want die Duitse methode is gebaseerd op een strikt bouwfysische benadering zonder commercixeble of politieke interventies. De betrouwbaarheid van een dergelijke methode was jaren daarvoor in Nederland ook al aangetoond.
Die Duitse PHPP methode is inmiddels in het Nederlands en naar de Nederlandse bouwpraktijk vertaald en kan dus worden gebruikt. Want waarom zouden we in Nederland het buskruit opnieuw uitvinden als dat in een buurland al grondig is gebeurd en als bovendien die oplossing in meerdere andere landen al succesvol wordt gebruikt?
Als we allen die PHPP methode zouden gaan gebruiken hebben we eindelijk een betrouwbare maat voor het toekomstig energiegebruik van een ontworpen gebouw. Het zou ook een mooie oplossing zijn voor de drie Noordelijke provincies, die op een controleerbare en betrouwbare manier beter dan gemiddeld willen bouwen.
In feite zou de overheid hier het voortouw moeten nemen onder het motto: beter na vijftien jaar keren dan voortdurend dwalen. Maar we kunnen er ook allen voor kiezen de PHPP te gaan gebruiken en pro forma het verplicht berekende EPC (en later EPG) getal er naast vermelden. De belachelijkheid van EPN / EPC / en EPG zullen dan vanzelf breed duidelijk worden.

Chris Zijdeveld

september 8, 2010
By on 09:54

Grote toekomstwaarde en nu al beschikbaar.
Warmtepompen besparen energie, vergemakkelijken de transitie en blijven ook daarna waardevol.

Introductie
Warmtepompen worden meestal elektrisch aangedreven. Voor energetisch voordeel moet het rendement van de elektrische centrale worden gecompenseerd. Met een COP van bijna 4, kunnen moderne warmtepompen dat. Koppeling aan gascentrales geeft, vergeleken met HR ketels, 40% van het gasgebruik. Warmtepompen verviervoudigen de energieopbrengst van duurzame elektriciteit. Een opslagvat kan aanbodfluctuaties opvangen. Warmtepompen besparen energie en faciliteren de transitie. Grote schaal toepassing is dus zeer gewenst.

Verwarming
De behoefte aan warmte is eeuwenoud.
Het vuur van mest of sprokkelhout dat lang geleden werd gebruikt verschafte de mensen weliswaar de nodige warmte, maar van de vrijkomende energie werd slechts een klein deel nuttig gebruikt. Het grootste deel verwoei in de buitenlucht. Datzelfde geldt overigens voor de open haard die de moderne mens gebruikt.

Verwarming vraagt rond 40% van ons huidige energiegebruik. Het is dus zeer de moeite waard om te kijken of het met minder toe kan.
De introductie van de HR ketel was een sprong voorwaarts omdat bijna alle warmte uit de brandstof (meestal) aardgas door die ketel nuttig kan worden benut. Wie denkt dat rendementsgetallen als HR 107 er op duiden dat een HR ketel meer energie uit het gas haalt dan erin zit, is het slachtoffer van handige commercixeble definities. De HR ketel is uiterst efficixebnt en heeft een rendement van bijna 100% maar is niet vrijgesteld van de wetten der thermodynamica.

Ook die moderne gasketel is afhankelijk van de beschikbaarheid van fossiele energie en is een weliswaar uitgekiende machine, die bij doordenken niet kan verhullen dat de mens zich nog bevindt in het stadium van primitieve verzamelaar van energie, die de x93energielandbouwx94 nog niet heeft uitgevonden en afhankelijk is van wat hij in de natuur vindt. Hoe hightech de apparaten ook zijn, het ontwikkelingsstadium van de gebruiker is in feite tamelijk primitief.

Te veel discussies over energie efficiency gaan alleen over technische vermindering van het energiegebruik en de productie of afvangen van de vrijkomende CO2 , en niet over vermindering van de energievraag. Het valt buiten de context van dit artikel om in te gaan op vraagvermindering,. Daarom volsta ik met de opmerking dat onze warmtevraag drastisch omlaag kan door betere ruimtelijke ordening en door beter te bouwen en te renoveren.

Elektrische aandrijving
De meeste warmtepompen worden elektrisch aangedreven. Het is daarom noodzakelijk de mechanismen en de rendementen van de elektriciteitsopwekking mede in beschouwing te nemen.
Het rendement van de meeste elektriciteitscentrales ligt iets onder de 50%. Dat komt niet omdat de elektriciteitsopwekkers onbenullige knoeiers zijn. Zij zijn simpelweg gebonden aan thermodynamische wetten die het rendement waarmee warmte kan worden omgezet in elektriciteit limiteren in een functie waarbij de hoogste procestemperatuur en omgevingstemperatuur een rol spelen.
Een elektriciteitscentrale produceert dus onvermijdelijk warmte als bijproduct en die warmte moet worden afgevoerd.
Het valt ook buiten de context van dit artikel om een discussie te starten over de ethiek hiervan tegen de achtergrond van onze grote warmtebehoefte. Er zijn landen waar pas een elektriciteitscentrale mag worden gebouwd als een nuttig gebruik is gevonden voor de als bijproduct geproduceerde warmte.

Als een warmtepomp wordt aangedreven met elektriciteit uit een centrale die iets minder dan de helft van de gebruikte brandstof omzet in warmte, in vergelijking tot de HR ketel die bijna 100% van de brandstof omzet in nuttige warmte, moet dat verlies worden gecompenseerd. Anders heeft toepassing van warmtepompen energetisch geen zin.

Moderne warmtepompen hebben een COP, een getal dat de omzettingsefficiency aangeeft, van bijna 4. Dat betekent dus dat ze bijna twee keer zo veel warmte kunnen afgeven in vergelijking met directe verbranding van de centralebrandstof ter plekke. Dat is een niet te versmaden voordeel. Maar het kan nog mooier.

Gascentrales
Moderne gascentrales (die worden aangeduid met STEG) maken een uitgekiender gebruik van de mogelijkheden van de thermodynamica en hebben, nog zonder nuttig gebruik van de restwarmte, een rendement van boven de 60%.
Dat betekent dat warmtepompen, die hun elektriciteit betrekken uit een moderne gasgestookte centrale, bijna 2,5 maal de hoeveelheid warmte kunnen leveren die directe verbranding zou hebben opgeleverd. Dat betekent een besparing van bijna 60% omdat iets meer dan 40% van de anders gebruikte hoeveelheid brandstof hetzelfde resultaat oplevert als verbranding in een HR ketel.

Het is daarbij een aantrekkelijk voordeel dat dit soort gascentrales gemakkelijker kan worden gebouwd in de buurt van plaatsen waar ook de geproduceerde afvalwarmte nuttig kan worden gebruikt. Dat laat de besparing nog hoger oplopen.

In een tijd waarin we beseffen dat we x93verbouwers van energiex94 moeten worden in plaats van x93verzamelaarsx94 bouwen we meer en meer installaties die duurzame elektriciteit leveren, hetzij door windturbines, hetzij door fotovoltaxefsche panelen. Gelukkig is er over het etmaal en over het jaar vaak zon als er weinig wind is en omgekeerd. Maar een snelle regelbaarheid van het elektriciteitsnet is niet te versmaden.
Het is daarbij een groot voordeel dat de genoemde gascentrales veel gemakkelijker en sneller regelbaar zijn dan de meer conventionele centrales.
Verder in dit artikel zullen we zien dat ook warmtepompen een bijdrage kunnen leveren aan de stabiliteit van het elektriciteitsnet.

De warmtepomp is geen toverdoos maar wel flexibel
We hebben hierboven gezien dat een warmtepomp meer bruikbare energie kan afleveren dan er als aandrijvingsenergie in gaat. Dat betekent niet dat de warmtepomp is vrijgesteld van de wetten der thermodynamica. Een warmtepomp ontrekt het grootste deel van de energie die deze levert aan de omgeving. Gelukkig kan dat op veel verschillende manieren.
Het meest bekend is het ontrekken van warmte aan de bodem.
Dat kan gebeuren door warmte via een buizenstelsel te ontrekken aan een watervoerende bodemlaag. Het kan ook met lussen die diep in de bodem steken en waardoor een vloeistof circuleert die als warmtedrager kan fungeren. Dat soort lussen zijn ook wel in heipalen aangebracht.
De beschreven technieken moeten met zorg worden uitgevoerd om subtiele evenwichten in de bodem niet te verstoren of het draagvermogen van de heipaal niet te verliezen.
Minder bekend is dat slangen ook over een groot oppervlak horizontaal in de bodem kunnen worden gebracht om via een daarin circulerende vloeistof bruikbare warmte te ontrekken, of in de vorm van spiralen of korven die slechts een paar meter in de bodem steken. Toch zijn deze technieken al gewoon op de markt beschikbaar.
Warmte kan ook aan de omgevingslucht worden ontrokken en dat leidt tot betrekkelijk eenvoudige installaties, die volgens sommigen een iets geringer rendement hebben.
Tenslotte zijn er mengvormen op de markt, waarbij bijvoorbeeld een tuinhek wordt gebouwd in de vorm van slangen waardoor de warmte dragende vloeistof circuleert. Bij een goede plaatsing wordt zonnewarmte gebruikt, gecombineerd met warmte uit de omgevingslucht.

Het is goed om te beseffen dat er een grote verscheidenheid aan bronnen beschikbaar is waaruit de warmtepomp zijn x93extrax94warmte onttrekt, want voor een warmtepomp installatie zijn veel meer variaties beschikbaar dan doorgaans wordt gedacht.

Stabieler elektriciteitsnet met warmtepompen
Sommigen van ons herinneren zich nog de tijd dat de elektriciteitsleveranciers op afstand boilers of zelfs wasmachines konden in- of uitschakelen, afhankelijk van vraag en aanbod op het elektriciteitsnet.
Met het beschikbaar komen van duurzame bronnen met een wat variabeler karakter dan we gewend zijn, is het van groot belang als de elektriciteitsleverancier ook de afname van stroom enigszins kan bexefnvloeden.
Warmtepompen kunnen daarbij een interessante rol spelen. Als ze beschikken over een voorraadvat dat groot genoeg is – en dat is gemakkelijk te realiseren x96 kan een constructie worden bedacht waarbij de netbeheerder de warmtepomp op afstand aan- of afschakelt. In Duitsland gebeurt dat al en krijgen afnemers die voor deze optie kiezen een aanzienlijk lager elektriciteitstarief aangeboden.

Bij een goede regelbaarheid en een opslagvat dat groot genoeg is kan dit opslagvat zelfs gebruikt worden om een overschot aan duurzame energie voor wat later gebruik op te slaan.
Warmtepompen kunnen dus nu en in de toekomst een belangrijke rol spelen bij het stabiel houden van het elektriciteitsnet en dat wordt in Duitsland met een bijpassend tarief nu al toegepast.

Met warmtepompen de bruikbaarheid van duurzame elektriciteit verviervoudigen
Als een COP van bijna 4 al goed uitpakt bij het gebruik van x93fossiele elektriciteitx94 wordt het effect bij gebruik van duurzame elektriciteit ronduit spectaculair. De consequentie is even simpel als verrassend: als een warmtepomp wordt aangedreven door duurzame elektriciteit verviervoudigt deze de bruikbare opbrengst. Dat is mooi meegnomen in een tijd waar we eigenlijk wel van de fossiele energie afwillen en een meevaller voor de x93verbouwer van energiex94 die we eindelijk gaan worden.

Warmtepompen waardevol voor tijdens en na transitie
Tegen de achtergrond van het bovenstaande tekent zich een duidelijk transitiepad af.

1. vraag beperken
Natuurlijk moet vraagbeperking in de gebouwde omgeving voorrang krijgen. Dus niet halfslachtig verbeteren en op basis van compromissen nieuw bouwen. Nee nieuw bouwen op basis van de principes van passief bouwen en ook x93passief renoverenx94. En geen vertroebelende EPC berekeningen meer, maar de energieprestatie berekenen volgens de PHPP methode die volgens recent onderzoek wel voorspellende waarde heeft.

2. warmtepompen bevorderen
Het terug brengen van de energievraag voor warmtebehoefte brengt de warmtepomp nog dichter bij, want die zijn al wel op de markt voor de geringe vermogens die dan nog nodig zijn.
Krachtig bevorderen van de warmtepomp is een maatregel die ook nu al zou moeten plaats vinden, evenals het in navolging van Duitsland introduceren van een aantrekkelijk tarief voor warmtepompen die binnen bepaalde grenzen door de netbeheerder mogen worden aan- en afgeschakeld.

3. Gascentrales van het STEG type bevorderen
Een hoog opwekkingsrendement van de benodigde elektriciteit maakt het rendement van warmtepompen nog hoger en betekent netto een energiebesparing van tussen de 50 en 60%.
De centrale is beter regelbaar, wat in combinatie met opwekking van duurzame elektriciteit een voordeel is.
In de verdere toekomst zijn deze centrales waarschijnlijk geschikt te maken voor in de omgeving geproduceerd biogas en de mogelijkheden om restwarmte te gebruiken zijn groter dan bij traditionele centrales.

4. De opwekking van duurzame elektriciteit bevorderen
Het opwekken van duurzame elektriciteit past bij de transitie van x93energieverzamelaarx94 naar x93energieproducentx94 en lijkt inmiddels breed te worden aanvaard.

Conclusies
1. Warmtepompen kunnen nu al een grote bijdrage leveren aan het gebruik van fossiele energie voor verwarmingsdoeleinden.
2. Warmtepompen kunnen nog meer bijdragen aan energiebesparing bij het opwekken van elektriciteit door STEG gascentrales.
3. Warmtepompen zowel als STEG centrales maken het gemakkelijker om het elektriciteitsnet stabiel te houden.
4. Warmtepompen kunnen de nuttige te gebruiken energiehoeveelheid van duurzame opgewekte elektriciteit verviervoudigen.

Aanbevelingen
De beschikbare mogelijkheden om de energievraag voor ruimteverwarming drastisch te reduceren moeten beter bekend worden gemaakt. Hier ligt een taak voor de Rijksoverheid samen met relevante organisaties uit het bedrijfsleven.
De mogelijkheden en flexibiliteit van warmtepompen moeten beter bekend worden. Hier ligt eveneens een taak voor Rijksoverheid samen met relevante organisaties uit het bedrijfsleven.
De toepassing van de warmtepomp moet door tariefmaatregelen voor het elektriciteitstarief (zie Duitsland) verder worden bevorderd. Hier ligt een taak voor de Rijksoverheid.
Thans beschikbare subsidie/bevorderings -regelingen moeten worden aangepast. Ook dat is een taak voor de Rijksoverheid.

Chris Zijdeveld

Ir. Chris Zijdeveld is zelfstandig adviseur en vervulde en vervult een groot aantal functies op het gebied van Duurzaamheid, Milieu en Energiebesparing.

Hij ontving als Schiedams wethouder de Nationale Energiebesparingstrofee, De Groene Pluim van de Kleine Aarde en de eerste Nederlandse Zonne-energie prijs en is o.a. President van het International Solar Cities Initiative (ISCI), voorzitter van de Stichting Warmtepompen, voorzitter van de Stichting Lage Temperatuur Verwarming (LTV), voorzitter van het Nederlands Platform Warmtepompen, voorzitter van de Stichting PassiefBouwen.nl en voorzitter van de Landelijke werkgroep Milieu, Energie en Economie (LME2 ) in de PvdA.


By on 09:53
Nieuwe Tweede Kamer – nieuwe kansen

In juni hebben  we weer  een nieuwe Tweede Kamer .

Dat betekent een unieke kans om op de vraag of en hoe we als mensheid willen overleven een lijn te ontwikkelen die breed gedeeld wordt. Het is toch te gek dat xe9xe9n van de aandachtspunten van de laatste maanden een discussie was over de vraag of de sneeuw op de Himalaya in 2030 of veel later pas gesmolten zou zijn.

De mensheid gebruikt grote hoeveelheden energie. Het overgrote deel van die energie komt uit fossiele bronnen. En we gebruiken er zo veel van dat in een paar eeuwen wordt verbrand wat in honderden miljoenen jaren is gevormd. Op de  tijdsschaal betekent dat een explosie, die niet zonder gevolgen kan blijven. Dit nog afgezien van het feit dat de mensheid zich hierdoor ten opzichte van de aarde gedraagt als een horde sprinkhanen. Maar wel een horde die niet uit kan zwermen naar een volgend veld. Ten opzichte van vele grondstoffen is ons gedrag overigens niet anders.

Het is tegen die achtergrond ronduit merkwaardig dat in Den Haag steeds weer figuren uit de olie- en gaswereld gevraagd worden voor commissies die zich moeten bezig houden met de transitie naar een duurzame samenleving op energiegebied. Het is daarom evenmin verwonderlijk dat de opslag van CO2 in Den Haag zo populair is geworden. Het betekent voor die adviseurs dat ze nog een poos kunnen doorgaan met hun gebruikelijke handel. Dat is immers, zoals ze zeiden, bij het afstoten van belangen in opwekking van duurzame energie, x93waar ze nu eenmaal goed in zijnx94. Iedereen zou er overigens de belachelijkheid van inzien als we slagers de cursus vegetarisch koken lieten verzorgen. Gek dat de even grote belachelijkheid in de adviseurs keuze van x93Den Haagx94 niet wordt opgemerkt.

De Haagse beleidsmakers hebben gaan in het algemeen te vaak naar het bedrijfsleven. Dat dit hele bedrijfsleven uiteindelijk draait om te voorzien in de vraag van de particuliere consument is een bewustzijn dat onvoldoende is doorgedrongen. Dat is te betreuren, want de macht van die consument is groot wanneer die eenmaal is gemobiliseerd. Dat is bij verschillende boycotacties al overduidelijk bewezen.

Helaas is op milieugebied die consument onvoldoende gexefnformeerd om een duidelijke positie in te kunnen nemen. Een overheid die duidelijke informatie verschaft kan hierbij een stimulerende rol spelen voor het activeren van een sturingsmechanisme.

Etikettering kan hierbij een belangrijke rol spelen. Maar dan wel duidelijke en eerlijke etikettering. Dus niet een systeem zoals nu,waarbij een zeer zuinige SMART, die van wat bredere banden wordt voorzien in klasse B valt, terwijl een dikke BMW met wat extra elektronica onder de motorkap een A kan krijgen.

Een vergelijkbare gekkigheid gaat zich voordoen bij de etikettering van woningen, waarbij het ambitieniveau voor de klasse A zo laag is gedefinieerd dat een echt goede woning door de kunstgreep van het toevoegen van plusjes zich moet onderscheiden.

Op autogebied kunnen we nog meer gekkigheid waarnemen. Met een slooppremie voor oude autoxb4s werd de automarkt bevorderd op hetzelfde moment dat de vermeende onvoldoende capaciteit van het wegennet werd bediscussieerd.

Dat het nog gekker kan blijkt bij de discussie over de kilometerheffing. Eerst wordt daarbij de aanschaf van autoxb4s door een prijsverlaging vergemakkelijkt, om daarna het gebruik van diezelfde autoxb4s door een kilometerheffing tegen te gaan. Niet echt logisch.

Belachelijk wordt het als we daarnaast waarnemen dat de overheid in de ruimtelijke ordening door het scheiden van wonen en werken, door het bouwen in lage dichtheden, door ruimteverspilling bij het aanleggen van bedrijfsterreinen, door het bouwen van nieuwbouwwijken zonder goed openbaar (rail) vervoer de burger de auto injaagt en met geen ander beleid dan een kilometerheffing denkt een verandering te kunnen bereiken.

De ruimtelijke ordening en de daarbij behorende nieuwbouw zijn typische voorbeelden van een ontwikkeling waar de overheid de regie laat liggen en in handen geeft van kamergeleerden zonder praktijkervaring.

De energieprestatie van woning en gebouwen wordt nu nog vastgelegd in de Energie Prestatie Coxebfficixebnt (EPC) x96 binnenkort EPG -. Wie dacht dat de overheid verantwoordelijkheid zou nemen voor het vast stellen van de wijze waarop dit belangrijke getal wordt berekend, slaat de plank mis. In een normcommissie worden in een proces van poker en handjeklap tussen verschillende belangen compromissen gesloten, die de overheid kritiekloos tot publiek recht maakt. Geen wonder dat de voorspellende waarde van de EPC voor het echte energiegebruik gering is en dat er grote afwijkingen voorkomen. Dit alles terwijl een goed reken- en voorspelmodel in Duitsland is ontwikkeld en ook in Nederland verkrijgbaar is.

Toen de discussie liep over een aanscherping van de eisen aan de energieprestatie van gebouwen bleek de wereldvreemdheid van de Haagse aanpak ten volle. In plaats van te verwijzen naar de praktijk, waar bijna twintig jaar geleden al was bewezen dat het kan, werd gevraagd om rapporten die moesten aangeven dat wat in de praktijk was bewezen ook theoretisch kon.

Alle deskundigen zijn het er over eens dat grote slagen te maken zijn in de bestaande woningvoorraad. Bij een goede aanpak leidt dit tot woningen met een hoger thermisch comfort, een betere kwaliteit binnenlucht en een lager energiegebruik. Helaas komt het veelvuldig voor dat het in welstandsnotax92s of door welstandscommissies verboden wordt om de meest doelmatige aanpak te kiezen. Dat is al erg omdat daarbij een aantrekkelijke facelift achterwege blijft. Het is nog erger als hierdoor woningbeheerders gedwongen worden te kiezen voor een absurde aanpak, die een airco vraagt om in de zomer oververhitting te voorkomen.

Waartoe deze opsomming?

Wij hopen dat politieke partijen hun natuurlijke onderlinge grenzen kunnen overschrijden in een gezamenlijke aanpak gericht op een duurzame toekomst, die het overleven van de mensheid kan verzekeren. Dat moet kunnen passen zowel bij de invalshoek van een milieufanaat als van diegenen die zich meer door goed rentmeesterschap voelen aangesproken.

Dat betekent het verlaten van oude Haagse gewoonten met wat andere vaste adviseurs dan gebruikelijk. Het betekent het open en kritisch kijken naar maatregel die te vaak als vanzelfsprekend worden aanvaard en het betekent het aanvaarden van oplossing die al eerder x96 en soms elders x96 zijn bedacht.

Binnen die randvoorwaarden en met die openheid kan er in juni een basis zijn voor een echte doorbraak naar duurzaamheid.

april 1, 2010
By on 08:48
Barendrecht verdient steun

Onderstaand bericht werd ongeveer een jaar geleden aangeboden aan een opiniepagina en helaas nooit geplaatst.

Maar de TV heeft het weer helemaal actueel gemaakt.

CO2 opslag is kortzichtig, verspillend en gevaarlijk.

De meeste betrokkenen in Barendrecht en de getroffen buurgemeente verzetten zich hardnekkig tegen de plannen om CO2  niet meer uit een aantal schoorstenen te lozen, maar direct onder de bodem van woongebieden op te slaan. Bij dit verzet verdienen zij alle steun.

Met een waarschijnlijk door de uitstoot van CO2  te verwachten klimaatprobleem is het pervers om door te gaan met die uitstoot onder het motto "dan stoppen we het maar onder de grond". Kennelijk hebben we niets geleerd van de ellende die eenzelfde houding heeft veroorzaakt voor het "verwerken" van giftige chemicalixebn. En verkiezen we de houding van de vogel struis, wat in dit geval een bijzondere vergelijking oplevert.

We moeten gewoon met de allergrootste spoed ophouden met het uitstoten van de enorme CO2 hoeveelheden die we kennelijk telkens weer als een onverbrekelijk deel van onze westerse "beschaving" beschouwen. Terwijl de aarde bij de huidige bevolkingsomvang ongeveer 3 ton CO2 per bewoner jaar kan verwerken. Per Amerikaan wordt iets minder 20 ton uitgestoten, per Europeaan iets meer dan 10 en per Chinees ruim 2.

En toch wijzen we steeds maar weer naar de kolencentrales van die Chinezen als meest noodzakelijke aandachtspunt. In werkelijkheid werkt China met veel grotere spoed aan een duurzame ontwikkeling dan het arrogante Westen. Per hoofd van de bevolking liggen in China al meer vierkante meters zonnecollectoren dan in welk ander land dan ook. En in 2010 zal op de International Solar Cities Conference in Dezhou blijken hoezeer de Chinezen ernst maken met het terugdringen van hun CO2 uitstoot.

Het is daarom ronduit cynisch dat niemand aandacht besteedt aan de grote energieverspilling met bijbehorende CO2 productie die aan CO2 opslag onvermijdelijk is verbonden. Die energiebehoefte is zo groot, dat waar vroeger 4 centrales een bepaalde netto energiehoeveelheid konden leveren, er 5 nodig zijn als de geproduceerde CO2 moet worden opgeslagen. Zoveel gaat er met deze "technologie" verloren.

In werkelijkheid kunnen we veel meer resultaat bereiken door energiebesparing en efficiency en door het opwekken van duurzame energie. Op die manier kunnen we zonder in te leveren op comfort onze CO2 uitstoot terugbrengen tot het genoemde aanvaardbare niveau van 3 ton per persoon per jaar. We weten hoe het moet, maar we moeten daar dan wel aan werken. En onderzoek doen om bestaande technologiexebn te perfectioneren.

Een merkwaardig krachtenveld waarin een aantal belangen elkaar heeft gevonden zorgt ervoor dat dit niet gebeurt. Enige kamergeleerden die nog nooit buiten hun grachtenpand of campus in de echte praktijk hebben gewerkt, beweren dat we het niet kunnen halen met efficiencyverbetering en duurzaamheid. En natuurlijk kregen ze onmiddellijk bijval vanuit bedrijven die liever doorgaan met gas, olie of kolen verkopen, of elektriciteit uit bruinkool of kernenergie (ook de laatste willen hun gevaarlijke afval graag "onder de grond

stoppen"). Zo ontstond een krachtige lobby voor de instituten van de kamergeleerden en bedrijven die liever gemakzuchtig op de oude voet doorgaan. Met een stroom subsidiegeld voor onderzoeksopdrachten naar die instituten en ook enorme hoeveelheden subsidiegeld voor de uitvoering van experimenten als resultaat.

Omdat geld maar xe9xe9n keer kan worden uitgegeven gaat er minder naar de bevordering van energie-efficiency en duurzame energie. Daardoor krijgt de voorspelling van onze kamergeleerden trekken van een "self-fulfilling prophecy".

Intussen vergeten we allemaal dat CO2 zwaarder is dan lucht en als een dodelijke deken kan blijven liggen als het aan het aardoppervlak vrijkomt. Een simpele "Google search" naar "hondsgrot" levert op dat punt interessante informatie op.

Natuurlijk beweren onze geleerden dat er alleen bij het injectiepunt de kans bestaat dat de onder hoge druk in de bodem gebrachte CO2 weer aan het aardoppervlak komt. Zij moeten met elkaar nog eens kennis nemen van het boek "Dode lente" (Silent Spring) van Rachel Carson, waar duidelijk wordt waar deze arrogante zelfverzekerdheid, van overigens te goeder naam en faam bekend staande geleerden, toe kan leiden. Dat is waarschijnlijk nog overtuigender dan het in herinnering roepen van Murphy’s Law ("wat fout kan gaan zal ook een keer fout gaan").

CO2 opslag leidt tot 25% meer energiegebruik met bijbehorende even grote extra CO2 productie en versneld opgebruiken van de voorraad aan fossiele energie. Het werken daaraan gaat rechtstreeks ten koste van het bereiken van een duurzame energievoorziening en vertraagt deze op onverantwoorde wijze. Daardoor kunnen grote leveranciers van "oude energie" ons met steun van kamergeleerden een rad voor ogen draaien en hun winsten nog een poosje maximaliseren.

De bewoners van Barendrecht verdienen daarom steun. CO2  opslag is kortzichtig, verspillend, contraproductief en gevaarlijk.

Chris Zijdeveld

ir. Chris Zijdeveld is o.a

directeur/eigenaar van Bureau Duurzame Toekomst

President van International Solar Cities Initiative

voorzitter van de Landelijke werkgroep Milieu en Energie in de PvdA

maart 30, 2010
By on 06:52
Kopenhagen laat onze woorden daden zijn

De wereld wacht af of de Kopenhagen klimaatconferentie het gewenste resultaat zal opleveren in de vorm van wereldwijde afspraken voor beperking van de uitstoot van broeikasgassen.

Daarbij wordt regelmatig verwezen naar het vermeende succes van Kyoto.

De grote verdienste van Kyoto is de brede bewustwording van de bedreiging van alsmaar doorgaande en groter wordende uitstoot van broeikasgassen  voor ons voortbestaan. Maar de uitwerkingsmaatregelen van Kyoto hebben grotelijks hun doel gemist.

De realiteit is dat de westerse wereld per jaar per inwoner vier tot zeven maal de hoeveelheid CO2 uitstoot die ons ecosysteem kan verwerken. Die hoeveelheid moet worden terug gebracht. Dat is technisch helemaal niet zo moeilijk als we maar consequent kiezen. We hoeven daarvoor zelfs nauwelijks iets van ons luxe leventje op te geven.

In plaats van in te zetten op een andere energievoorziening, een andere ruimtelijke ordening, anders bouwen en anders verplaatsen, hebben veel landen en Nederland niet in het minst, gekozen voor het op papier kloppend maken van hun boekhouding voor de uitstoot van broeikasgassen. Om de boekhouding kloppend maken worden uitstootrechten gekocht. Er ging dus alleen extra geld naar wat ontwikkelingslanden en de staatssecretaris of minister van milieu kon weer achterover leunen want de taakstelling was gehaald.

Als we consequent zouden kiezen voor de meest energiezuinige apparatuur loopt het energiegebruik al aardig terug. Maar dat vraagt krachtiger maatregelen dan symboolpolitiek rond gloeilampen. En natuurlijk moeten we eerlijk etiketteren, zodat de burger niet op het verkeerde been wordt gezet. Nu kan een dikke BMW met wat technische snufjes een A-label kan hebben, terwijl een echt zuinige SMART met wat bredere banden een B-label krijgt. Als de overheid op die manier x93informeertx94 wordt het nooit wat met energiebesparing. De lijdensweg met het certificeren van woningen levert al geen beter resultaat op. Echt zuinige woningen kunnen zich nauwelijks onderscheiden omdat het A-label  niet op een ambitieus niveau is gedefinieerd.

Kilometerheffing zal de mensen echt niet uit de auto krijgen als ze wonen in een wijk zonder openbaar vervoer en zonder werkgelegenheid. En dat soort wijken bouwen we nog steeds op grote schaal. De minister van Verkeer en Waterstaat gaat naar New York om het fietsen te bevorderen terwijl hij in Nederland medeverantwoordelijkheid draagt voor de grootste asfaltorgie sinds jaren, en terwijl het openbaar vervoer grotelijks achterblijft. De uitdrukking gotspe is hiervoor nog te licht, maar toch wordt dit window dressing niet ontmaskerd. Hoezo Kopenhagen?

Er wordt in Den Haag steeds weer gediscussieerd over de vraag of we iets beter en energiezuiniger kunnen bouwen. Het lijkt daar totaal onbekend dat we gezonder, comfortabeler en veel energiezuiniger kunnen bouwen dan zelfs de eventueel aangescherpte regels voorschrijven. Huizen met een energiegebruik voor ruimteverwarming van (minder dan) 150 m3 per jaar kunnen zonder veel moeite gebouwd worden. En met dezelfde aanpak kunnen bestaande woningen spectaculair worden verbeterd. De overheid in buurlanden stimuleert dit al, terwijl het in Nederland door regelgeving, convenanten, welstandscommissies en welstandsnotax92s krachtig  wordt bemoeilijkt.

Er is een grote neiging tot symboolpolitiek. De HR-E ketel,de elektrische auto, en de zogenaamde waterstofeconomie worden omhelsd als grote oplossingen terwijl ze niet leverbaar zijn, nauwelijks besparen of alleen maar een energieDRAGER  zijn, wat wat iets anders  is dan een energieBRON.

We zijn wel goed in het wijzen naar China omdat dit land kolencentrales bouwt. Geen woord over de geringe uitstoot per inwoner van dit land. Geen woord over het feit dat er in China PER HOOFD VAN DE BEVOLKING al meer vierkante meters zonnecollectoren liggen dan in welk ander land dan ook. Het is hier ook niet bekend dat de onderminister van Housing and Construction in China lezingen en toespraken houdt om de overgang naar gezond, comfortabel en energiezuinig passief bouwen te bevorderen. Nee, we sturen Ruud Lubbers naar China om  CO2 opslag te verkopen, zonder te weten dat de Chinezen op dat punt hun (negatieve) conclusies al bijna hebben getrokken.

Het is nog niet te laat en we behoeven geen grote delegaties naar Kopenhagen te sturen. We moeten gewoon aan de gang. De regie nemen bij ruimtelijke ordening en kiezen voor ruimtelijke ordening met openbaar vervoer en winkelcentra, scholen en werkgelegenheid op loopafstand. De achterhaalde en nu absurde scheiding tussen woon- en werkgebieden doorbreken.  Kiezen voor light rail, tram- en fietsvoorzieningen in plaats van voor asfalt. Zinvolle regelgeving en eisen aan de nieuwbouw in plaats van handjeklap regelgeving en convenanten. De verbetering van bestaande gebouwen krachtig bevorderen.  Vertragend welstandshobbyisme afschaffen. Het had een paar jaar terug al gemoeten, maar het kan vandaag nog. De deskundigheid is aanwezig, maar er moet dan wel bestuurd worden.

Als we eindelijk durven om onze woorden in daden om te zetten in plaats van de zoveelste nota en het zoveelste verkeerde convenant te produceren is Kopenhagen voor ons niet nodig. Als we kiezen voor het heroveren van een koploper positie, kunnen we veel beter thuis blijven en over een paar jaar aan de wereld laten zien dat we niet alleen comfortabel maar ook verantwoord kunnen leven zonder ons ten opzichte van de aarde te gedragen als een bende roofridders of sprinkhanen.

Het gaat immers om onze daden thuis en niet om wat we in Kopenhagen zouden zeggen. Niemand weerhoudt ons om eerst zelf schoon schip te maken. Alleen onze zelfgenoegzaamheid vormt een beletsel.

Chris Zijdeveld

Ir. Chris Zijdeveld is zelfstandig adviseur en vervulde en vervult een groot aantal functies op het gebied van Duurzaamheid, Milieu en Energiebesparing.

Hij ontving als Schiedams wethouder de Nationale Energiebesparingstrofee, De Groene Pluim van de Kleine Aarde en de eerste Nederlandse Zonne-energie prijs en  is o.a. President van het International Solar Cities Initiative (ISCI), voorzitter van de Stichting Warmtepompen, voorzitter van de Stichting Lage Temperatuur Verwarming (LTV), voorzitter van het Nederlands Platform Warmtepompen, voorzitter van de Stichting PassiefBouwen.nl en voorzitter van de Landelijke werkgroep Milieu, Energie en Economie (LME2 ) in de PvdA.

december 21, 2009
By on 12:21
Integraal vakmanschap bij bouw en stedenbouw

Mijn eerste confrontatie met de gebruiken in de bouw leidde tot de uitroep: x93kunnen we ooit  kwaliteit verwachten als we bij elk project de woning opnieuw laten uitvinden ?!x94.

Als werktuigkundig ingenieur had ik geleerd dat producten worden ontwikkeld door na een eerste uitgevoerd ontwerp, op basis van praktijkervaringen, consequent verbeteringen aan te brengen.

Vanuit diezelfde achtergrond beschouwde ik een woning als een gebruiksvoorwerp, dat goed ontworpen moest worden. Vanuit de behoeften van de toekomstige gebruiker en getoetst aan de belangen van de maatschappelijke omgeving.

Aandacht voor de uiterlijke vormgeving is door die omgevingseisen dus zeer noodzakelijk. Tot mijn verbazing ontdekte ik echter dat (onverwacht veel) mensen de uiterlijke vormgeving van een gebouw het meest bepalend vonden en daaraan alle andere eisen ondergeschikt wilden maken.

Doorgaans werd deze opvatting redelijk compromisloos gebracht. Dat verleidde mij weer tot de uitspraak dat het ontwerp van een woning niets te maken heeft met x93de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotiex94.

Onbevangen rondkijkend nam ik waar dat in schokkend veel gevallen architecten opdrachten kregen (en aanvaardden) op marginaal geformuleerde eisenpakketten. Na enig nadenken concludeerde ik dat veel opdrachtgevers hun verantwoordelijkheid niet series nemen en dat dit duidelijk anders moet.

Een opdrachtgever moet nadenken over zijn wensen en moet die duidelijk formuleren voordat de eerste gesprekken met een architect plaats vinden. De architect moet verstand hebben van bouwen, van materialen, van constructies en van het gebruik van gebouwen. Vanuit die optiek moet het gesprek met de opdrachtgever plaats vinden met als uitkomst een duidelijk geformuleerde opdracht, die de architect als bijna heilige randvoorwaarde aanvaardt.

Logisch vindt u? Kijk dan eens in de harde praktijk.

Er vinden zware discussies plaats over de vraag of het verantwoord is (extra) eisen te stellen aan het maximale energiegebruik voor ruimteverwarming. Terwijl het broeikaseffect onze toekomst bedreigt, terwijl we in dagen hoeveelheden fossiele brandstof verbranden die in eeuwen gevormd zijn,  hebben nog velen het vooroordeel dat eisen aan het maximale brandstofgebruik per definitie ten koste gaan van een verantwoorde vormgeving.

Wanneer een gemeente zuid orixebntatie vraagt, wat leidt tot comfortabeler woningen met een veel lager energiegebruik, zowel in de winter als in de zomer, zijn er altijd wel architecten of stedenbouwkundigen die dit een onaanvaardbare inbreuk vinden op hun zogenaamde artisticiteit. Dit in plaats van het te zien als een uitdagende stimulans voor hun vakmanschap.

Een woning is een gebruiksvoorwerp met een lange levensduur en een plaats aan de openbare weg. Elk van die aspecten heeft recht op aandacht. Uiterlijke vormgeving niet meer of minder dan de andere.

Het feitelijk welzijn en welbevinden van de bewoners moet voorop staan. Op korte termijn vraagt dat om een gezond binnenklimaat en een zo hoog mogelijk thermisch comfort. Een goed ventilatiesysteem en een zo mogelijk zon passief ontwerp bieden op dat punt optimale kansen. De lange levensduur van de woning en de uitputtingsslag op energiegebied waaraan we onze aarde onderwerpen vragen om een zo laag mogelijk gebruik van fossiele energie. Fouten op dat punt in de ontwerpfase zijn alleen met heel grote inspanningen achteraf enigszins te compenseren.

Een aangename stedelijke omgeving stelt eisen aan zorgvuldige vormgeving. Maar deze vormgeving moet zijn  plaats vinden in een integraal ontwerpproces, uitgevoerd door een vakman die inzicht heeft in alle relevante aspecten van zijn ontwerp: van comfortbeleving en gezondheidsaspecten, via ecologie naar technische installatie en constructieve aspecten.

Ontwerpen zonder dit integrale inzicht leidt tot gebouwen met frutsels en fratsels die in het gunstigste geval aardig ogen, maar met een suboptimaal maatschappelijk kwaliteitsniveau. Architecten en stedenbouwkundigen die alleen aandacht hebben voor uiterlijke vormgeving, soms zelfs gepaard aan minachting voor de andere aspecten, verdienen het dus zo snel mogelijk brodeloos te worden.

Tekenend in dit verband is de waarneming van een architect dat elk bezoek aan een welstandscommissie zijn ontwerp rond vijfduizend euro duurder maakt zonder dat de vormgevingskwaliteit daarvan werkelijk toeneemt. Vergeleken met de kosten van een zonneboiler, extra isolatie of een goed ventilatiesysteem ontrekt dit mechanisme zich aan elk maatschappelijk oordeel.

Gebaseerd op een rijke ervaring verdedig ik nog steeds de stelling dat verstandig gezond en ecologisch bouwen geen meerkosten met zich brengt. Elk woningbouwproject wordt immers gezet voor een bedrag dat net een paar euro uitkomt boven de vooraf vastgestelde plafondprijs. Als het eerste ontwerp iets lager uitkomt brengt de vormgevingsfanaticus zoveel x93versieringx94 aan dat het plafond toch wordt bereikt. De installatietechnicus en de constructeur mogen dan achteraf proberen het ontwerp uitvoerbaar te maken.

De integrale vakman komt niet in die situatie. Hij zal uitkomen op een ontwerp dat op alle aspecten goed scoort en met een aangename sobere vormgeving ook goed oogt. Gelukkig ken ik goede voorbeelden van architecten en stedenbouwkundigen die deze kunst verstaan.

Een goede woning ontwerpen vraagt namelijk om integraal vakmanschap en dat is iets anders dan individueel kunstenaarschap op basis van die allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie.

juni 11, 2009
By on 08:06

De kaste der planologen 

De grote mogelijkheden van windenergie worden in Nederland maar ten dele benut.

Deze onderbenutting leidt tot een negatieve vorm van x93self fullfilling propheciesx94. Met een verwijzing naar de relatief geringe bijdrage van windenergie aan onze huidige energievoorziening geven verschillende zelf uitgeroepen goeroes of dwaallichten aan, dat het met wind nooit iets kan worden. Van een wezenlijke visie op onze toekomstige energievoorziening is bij deze goeroes en dwaallichten nooit iets te bespeuren. Schaamte over  onze feitelijk primitieve wijze van energieopwekking, die is gebaseerd op het er doorheen jagen van zeer eindige voorraden, is al helemaal niet aanwezig. De enige zorg die wat breder doorklinkt is die over het broeikaseffect. 

In die sfeer wordt steeds verder gewerkt aan de toekomstige inrichting van Nederland. Deze inrichting wordt natuurlijk formeel door de politiek bepaald maar in feite voorbereid door planologen.

Deze planologen hebben ervoor gezorgd dat Nederland verstikt in de autox92s door nieuwbouwwijken te plannen zonder openbaar vervoer. Ze hebben ook wonen en werken strikt  van elkaar gescheiden waardoor de benodigde verplaatsingen verder toenamen. Ze hebben gezorgd voor de x93pannekoekiseringx94 van de nieuwbouw door per hectare minder en minder woningen te plaatsen en door uitgebreide bedrijfsgebieden toe te staan waar van stapeling geen enkele sprake is. En ze hebben tenslotte windenergie een genadeloze slag onder de gordel toegebracht. 

In veel streek- en bestemmingsplannen is het boeren totaal onmogelijk gemaakt om bij hun boerderij nog een windturbine te plaatsen van enige afmetingen. Daarmee is de grootste groep investeerders in  windturbines feitelijk machteloos gemaakt en is windenergie in Nederland ten opzichte van andere landen gemarginaliseerd.

Planologen maken hun concept plannen in stilte. Wat op papier staat wordt later politiek afgezegend. Ze zijn dus niet formeel verantwoordelijk. In werkelijkheid is het razend moeilijk om wat al op papier staat, ook al heet dat nadrukkelijk x93conceptx94, te veranderen. Dat geldt niet alleen voor het knevelen van de boeren die in windturbines willen investeren. Het geldt ook voor al die andere planologische missers die we in Nederland steeds weer begaan. 

Het wordt tijd voor een stormloop op het bastion van de kaste der planologen. We moeten ons veel meer gaan bemoeien met de ruimtelijke inrichting van ons land en dit niet meer feitelijk overlaten aan een kleine gesloten groep.

12 februari 2007

Ir. Chris Zijdeveld

februari 13, 2007
By on 08:19
Fout openbaar vervoer

Bij een duurzaam gebouwde wijk hoort een goed systeem voor openbaar vervoer. Openbaar vervoer moet aanwezig zijn als de eerste bewoners de wijk betrekken. Wie dat niet waar maakt en een bouwlocatie toch duurzaam noemt weet niet waarover hij het heeft. Er wordt dus in Nederland heel wat afgezwetst over zogenaamd duurzame bouwlocaties.

Voor een wijk van enige omvang is railvervoer de enige openbaar vervoersvorm met toekomstwaarde. Rails zijn altijd zichtbaar aanwezig en geven een groter vertrouwen dat er binnenkort een openbaar vervoermiddel komt dan een onduidelijk paal en een afgetrapt bushokje die aangeven dat hier af en toe een bus stopt. Het is bovendien gemakkelijker een buslijn op te heffen dan een tramlijn, dus rails geven ook op dat punt meer zekerheid voor de toekomst.

Bij de voorbereiding van een grote nieuwbouwwijk zat ik midden in de onderhandelingsslag voor de door mij gewenste tramlijn toen mijn medewerkers met een rapport verschenen dat aangaf dat dezelfde vervoerkwaliteit ook met bussen was te bereiken. Goed bedoeld, maar niet echt handig tijdens een dergelijke onderhandelingstraject met trekjes van een loopgravenoorlog. Ik prijs me nog steeds  gelukkig dat ik dat geschrift achter slot en grendel heb opgeborgen. De tram reed voordat 20% van de huizen klaar was (vanaf het eerste begin was er een tijdelijke bus) en is vanaf de eerste dag een nu al jarenlang succes.

Niet alleen de eigen organisatie kan een probleem zijn bij het opzetten van een openbaar vervoerslijn. Dat leerde ik zowel bij die tramlijn als bij de latere aanleg van een metrolijn elders in de stad. De planners van een openbaar vervoerslijn blijken halteplaatsen te zien als een hinderlijke verlenger van de reistijd tussen begin en eindpunt. Het liefst zien ze zo weinig mogelijk haltes of stations. Dat de gebruiker van openbaar vervoer juist is geinteresseerd in korte loopafstanden en weinig overstappen en veel minder in de absolute reistijd is meestal niet tot de ontwerpers doorgedrongen. Zij worden in hun vooroordeel nog gesterkt door computermodellen die verkeersplanners hanteren. De uitkomsten van dergelijke modellen worden als absolute waarheden gehanteerd. Maar ook hier geldt als vanouds "junk in junk out".

Van tafel vegen van op vooroordelen gebaseerde techneutenverhalen is de taak van een bestuurder die duurzaam wil bouwen. Doordat dat nog veel te weinig gebeurt bouwen we wijken zonder openbaar vervoer en openbaar vervoer met te weinig haltes. Als ik door Nederland reis jeuken regelmatig mijn handen.

30 januari 2007

Chris Zijdeveld

januari 31, 2007
By on 09:41
Energie Prestatie Advies

 

In de jaren van de dolgedraaide inspraak gebruikten we graag de uitdrukking x93inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraken zonder uitzichtx94. Ik moet daar regelmatig aan denken als ik het zoveelste plan zie om op grote schaal woningen op een hoger niveau van energieprestatie te brengen.

Een woning lijkt een eenvoudig apparaat met weinig complicaties, maar de werkelijkheid is anders. In klimatologische omstandigheden die over een jaar enorm kunnen verschillen willen we binnenin de woning een redelijk constante temperatuur en een aangename luchtvochtigheid handhaven. We willen bovendien beschikken over huishoudelijk warm water. Dat gaat niet vanzelf. 

Een woning heeft minstens een ventilatiesysteem en een verwarming nodig om aan de eisen te kunnen voldoen. Goed gekozen isolatie en slim geplaatste en bediende ramen, evenals een zonwering kunnen een belangrijke bijdrage leveren. Zonnecollectoren, die gratis warm water maken kunnen wezenlijk bijdragen  en voor de echte liefhebber zijn tenslotte nog zonnepanelen beschikbaar om elektriciteit te maken uit zonlicht.

Alle componenten moeten optimaal samen werken. Een thermisch comfortabele woning met een aangenaam en gezond binnenklimaat bij een laag brandstofgebruik kunnen dan het gevolg zijn. Om die optimale samenwerking te kunnen bereiken is inzicht nodig bij de ontwerper van de woning en liefst ook bij de gebruiker. In principe is dat mogelijk, maar in de praktijk ontbreekt er in Nederland nog heel wat aan. 

Kennis over wonen in harmonie met de natuurkrachten, in plaats van op voet van oorlog zijn niet echt wijd verbreid. De kennis om, net als in een zeilschip de natuurkrachten te gebruiken, om met het binnenklimaat van de woning uit te komen waar we willen is nog veel te beperkt verspreid.

Europese regelgeving schrijft voor dat binnenkort bij de overdracht van een woning een certificaat wordt overlegd over de Energie Prestatie van de woning. (EPA = Energie Prestatie Advies).

Maar zolang de vereiste basiskennis niet breder verspreid wordt hebben die EPA adviezen  alleen zin als die door de bewoner, aannemer en installateur in praktische plannen kunnen worden omgezet. Dat lukt niet met alleen maar een computerprogrammaatje. Het vraagt om deskundige adviseurs die hun adviezen kunnen laten bijdragen aan bruikbaar inzicht bij de ontvangers ervan.

27 januari 2007

Chris Zijdeveld

januari 27, 2007
By on 11:03
De onderschatte kracht van “doe-het-zelf”
  • De consument wil een mooi huis, lekker warm, zonder tocht en zonder vocht.
  • De burger maakt zich, zeker als hij kinderen of kleinkinderen heeft, zorgen om het milieu.
  • De moderne mens knutselt graag aan de woning.

Ogenschijnlijk hebben deze waarnemingen niets met elkaar te maken. Met elkaar zouden ze de sleutel kunnen vormen tot een lager energiegebruik, meer toepassing van duurzame energie en een betere woningvoorraad.

Dat een woning die doordacht onder handen wordt genomen, thermisch comfortabeler kan worden en een gezonder binnenmilieu kan krijgen is doorgaans nog wel bekend. Dat deze voordelen samen kunnen gaan met een lagere energierekening is voor velen verbazend. De ketelmuziek van de Nederlandse projectontwikkelaars, die zich verzetten tegen EPC verlaging en daarmee wederom de stelling waarmaken dat x93inspraak zonder inzicht, leidt tot uitspraken zonder uitzichtx94 heeft geleid tot veel misverstanden. Betere huizen met een lagere energierekening zijn onder handbereik. In de nieuwbouw maar ook in de bestaande bouw. 

De samenhang van eigen energiegebruik met milieu en klimaatbeleid is ook voor  velen verloren gegaan, doordat de gas- en elektriciteitsmeter in stilte hun werk doen en energie in onze woning afleveren die we nauwelijks nog waarnemen.

Elke 200 m3 aardgas die we verbranden mag echter worden vergeleken met een heel vat olie dat wordt verbrand. Het milieueffect daarvan kunnen we ons veel beter voor de geest halen. Het is daarna mooi meegenomen dat de gemiddelde huizenbezitter door zelfwerkzaamheid vele honderden kubieke meters gas kan besparen, dus het milieu kan ontlasten, en tegelijkertijd zijn woning kan verbeteren.

De meeste maatregelen liggen binnen het bereik van een goede x93doe het zelverx94, als hij maar wist wat hij moest doen. Want het maken van een thermisch comfortabeler woning met een beter binnenklimaat is eenvoudig, als je weet hoe het moet. Als je dat niet weet kun je grove fouten maken en je woning grote schade toebrengen. Ook het aanbrengen van een zonneboiler ligt binnen het bereik van een goed gexefnformeerde x93doe het zelverx94 (mooi meegenomen voor het milieu: meer dan een vat olie per jaar niet verbrand). 

Het potentieel van deze zelfwerkzaamheid wordt bij beleidsmakers consequent grotelijks onderschat. Een verwijzing naar de penetratie van CV installaties in de bestaande woningvoorraad, destijds door veel eigen inzet van bewoners, leidt doorgaans wel tot enig nadenken, maar niet tot meer.

Als we de x93doe het zelversx94 kunnen interesseren in energiebesparing en duurzame energie, zal pas echt van een doorbraak sprake zijn. Natuurlijk moet dat starten met een uitgebreide en doordachte scholings- en informatiecampagne. 

Jaren geleden probeerde ik Novem te interesseren voor de Oostenrijkse aanpak bij de introductie van zonneboilers. Daar werd ingezet op zelfwerkzaamheid. Novem had geen belangstelling. Inmiddels heeft Oostenrijk voor zonneboilers de hoogste groeipercentages. 

Mijn handen jeuken nog steeds. Er ligt een enorm potentieel dat met relatief geringe overheidsinzet consumenten kan activeren tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Dat potentieel blijft helaas nog steeds vrijwel onbenut.

26 januari 2007

Chris Zijdeveld

januari 26, 2007
By on 13:35